Komkommerbontvirus uitgelicht

25 juni 2018 Nieuws

Alle ins en outs over komkommerbontvirus

komkommerras Sumapol, komkommerras E23L.2300, komkommer Sumapol, komkommer E23L.2300

 

Komkommerbontvirus uitgelicht

Komkommerbontvirus, we hebben er allemaal mee te maken en willen er allemaal vanaf. Hoe werkt dit virus precies? En hoe beperkt de resistentie in een ras de virusontwikkeling? Ronald Wilterdink, Fytopatholoog bij Enza Zaden, en Martijn van Paassen, Crop Breeding Manager Cucumber bij Enza Zaden, geven een kijkje in de keuken van virussen en resistentie.

Komkommerbontvirus = CGMMV

“De officiële naam van het komkommerbontvirus is Cucumber Green Mottle Mosaic Virus (CGMMV),” begint Ronald zijn verhaal. “CGMMV is een Tobamovirus en heeft daarmee hetzelfde geslacht als TMV, ToMV en PMMoV in Solanaceae. Dat zijn nachtschadeachtigen zoals aardappel, tomaat en paprika. Het virus is in 1935 ontdekt in komkommer in Engeland en waart dus al decennialang rond in de komkommerteelten. Waardplanten van het virus zijn onder andere komkommer, meloen, watermeloen en pompoen.” Op dit moment komt CGMMV voor in alle belangrijke komkommerteeltgebieden ter wereld.

Verspreiding

Komkommerbontvirus verspreidt zich op verschillende manieren. Belangrijke bron van insleep is via de natuur door bijvoorbeeld vogels, kevers, muizen, ratten, pollen, water, wortels en grond. Maar ook door mensen of producten die mensen gebruiken of meedragen, zoals trolleys, fust, mesjes, schaartjes, gereedschap, telefoons, etc. En, als je het virus eenmaal in de kas hebt, is het moeilijk om het weer kwijt te raken. In de grond bijvoorbeeld kan het virus jarenlang latent aanwezig zijn. Voorkomen is dus sowieso beter dan genezen.” Ronald duidt daarmee op goede hygienevoorschriften voor bezoekers, reiniging fust en gereedschappen etc. “Er zijn zelfs telers die bloempjes plukken van de kleine komkommertjes aan de plant om te voorkomen dat vogels ze afpikken en zo het virus van de ene naar de andere plant verspreiden.”

Twee varianten

Komkommerbontvirus is dus een serieus probleem voor telers. Het kan de opbrengst flink verlagen, soms tot wel 25%. “Het is helaas niet altijd even duidelijk zichtbaar dat het virus aanwezig is,” aldus Ronald. Hij duidt daarmee op de verschillende varianten. “Er is een variant met opvallende symptomen, die wordt gekenmerkt door mozaïek-achtige vlekken op het blad en de vrucht. Maar er is ook een variant van het virus met onopvallendere symptomen. Deze laatste variant komt het meeste voor in Nederland.”

Werking virus

Maar wat doet zo’n virus nu eigenlijk? Ronald legt uit: “Plantenvirussen zijn minuscule ziekteverwekkers die bestaan uit een eiwitmantel met daarin meestal RNA (het neefje van DNA, red.). Deze deeltjes infecteren de plant door aanraking met plantsappen. In de plantencel kopieert het virus zich zo vaak mogelijk. Het probeert het zich te verspreiden naar anderen cellen in de plant. Eenmaal geïnfecteerd, zijn planten niet meer beter te maken.”
Hij vervolgt: “In de plantencel ontdoet het virus zich van zijn eiwitmantel en laat het de plantencel het RNA en eiwitmantel produceren, als een soort parasiet. Vervolgens vormt er zich weer een nieuw eiwitmantel rond het gekopieerde RNA en verspreidt het zich naar andere cellen in de plant. Dit proces gaat ongecontroleerd verder. Doordat het virus gebruik maakt van - voor de groei van de plant - essentiële processen in de cel, ontstaan de typische virussymptomen. De plant is ziek. Tussen infectie van het virus en eerste symptomen zit 2 tot 6 weken tijd.”

Resistentie

De oplossing: resistente rassen, zou je zeggen. Ronald: “Technisch gezien werkt bontvirusresistentie als volgt: planten hebben een natuurlijke afweer tegen virussen waarbij vermeerdering van het virus door de plantencel zelf kan worden geremd. Dit proces wordt post- transcriptionele genuitschakeling genoemd. De plantencel schakelt bepaalde genen van het virus uit. In het geval van komkommerbontvirusresistentie, zorgt een sterkere uiting van een bepaald gen dat hierbij betrokken is, voor de resistentie. Dit voorkomt vermeerdering van het virus niet, maar vertraagt die wel. En dat is precies wat je ziet bij intermediair resistente rassen: vertraagde virusopbouw. “De planten tonen het virus niet of minder snel, maar ze kunnen wel geïnfecteerd raken.”

Nieuwe generatie komkommerrassen

Binnen Enza Zaden heeft dit geleid tot een nieuwe generatie komkommerrassen die bontvirusresistentie hebben. Martijn van Paassen, Crop Breeder Manager Cucumber bij Enza Zaden vervolgt het verhaal. “Deze nieuwe lijn komkommerrassen zijn Intermediair Resistent tegen het komkommerbontvirus. Dit betekent niet dat ze infectie voorkomen, maar het beperkt wel de gevolgen ervan aanzienlijk. Zoals een airbag in de auto doet bij een ongeluk.”

Daarbij bestaat er wel degelijk verschil tussen de resistentieniveau’s van diverse beschikbare en nieuwe rassen. “Op basis van input kunnen we een voorspelling doen over de resistentie van een ras, maar het werkelijke niveau blijkt altijd pas nadat het ras getest is in een geïnfecteerde omgeving. Pas dan noemen we rassen ook resistent in de praktijk.”

Rasontwikkeling

Sinds Enza Zaden in de lijn Dee Vi in 2015 de eerste twee rassen met bontvirusresistentie Dee Lite en Dee Zire introduceerde, is er veel gebeurd in de veredeling. Zo introduceert Enza Zaden dit jaar drie nieuwe resistente rassen. In alle drie de rassen zie je de ontwikkelingen en verbeteringen ten opzichte van de eerste introducties:

  1. Dee Scribe (E23L.2336)

    Het zomerras Dee Scribe (E23L.2336) wordt deze zomer op 13 hectare geteeld in Nederland. Een snel ras, met een snelle vrucht en vlotte groei en bloei. De plant oogt grof, maar door de compacte ranken en de snelheid van de vruchten blijft het gewas vrij open. De productie is erg hoog en de vruchten zijn niet lang. Dee Scribe (E23L.2336) wordt dit jaar ook op grotere schaal in de hogedraad zomerteelten getest. Naast de bontvirusresistentie heeft dit ras een hoge meeldauwresistentie.

  2. Dee Rect (E23L.2309)

    Het ras Dee Rect (E23L.2309) is bedoeld voor hogedraadteelten in de zomer. Door de wat langere vrucht is er met name aandacht voor een specifiek deel van de markt. In Nantes bijvoorbeeld worden deze zomer de eerste kassen met dit ras aangeplant. Vergeleken met Dee Lite is dit ras opener, vlotter en groener. Ook dit ras is hoogresistent tegen meeldauw.

  3. Dee Jay (E23L.2335)

    Het ras Dee Jay (E23L.2335) is toegelaten in het BelOrta segment voor zomer- en herfstteelten. Vruchtkleur en kwaliteit zijn subliem. Het ras komt het best tot zijn recht in wat langere teelten met een lagere energie-input. Rustig geteeld brengt dit ras veertigers. Het gewas blijft open met een mooie ietwat sliertige groei. Daarmee is het ras arbeidsvriendelijker en productiever dan Dee Lite.